Portretbuste van componist Anton Bruckner (1824 - 1896).
brons, 1987
door Jan van Luijn (1916-1995)
De Utrechtse beeldhouwer Jan van Luijn werd door zijn oudere broer Dick, die schilder en graficus was, aangemoedigd een kunstopleiding te gaan doen. Na de Kunstnijverheidsschool ging hij in 1934 naar de Rijksakademie en volgde er les bij professor Bronner. Piet Esser (de maker van het portret van Rossini) was een van zijn klasgenoten en tijdens de studie trokken ze veel samen op. Daarna vestigde Van Luijn zich weer in Utrecht en werkte bij de beeldhouwer Jo Uiterwaal, die veel opdrachten van de katholieke kerk kreeg. In de oorlogsjaren was hij verbonden aan het verzet en moest hij aan het eind ook onderduiken. Daarna kwam zijn eigen praktijk tot bloei.
Na de oorlog was er veel vraag naar gedenkstenen en monumenten en dus veel werk voor beeldhouwers. Van Luijn kreeg zijn eerste grote opdracht in Utrecht met het Monument voor de Binnenlandse Strijdkrachten op de Begraafplaats Tolsteeg in 1947. De invloed van Bronner is nog goed zichtbaar in de symmetrische opbouw en de gesloten vormen.
Er volgen meer opdrachten, in Utrecht en daarbuiten. Bekend is het grote beeld de Oprijzende vrouwenfiguur op het Herderplein uit 1959, een symbool voor de nieuwe wijk die oprijst uit de polder. Hij maakte het beeld op schaal en liet het daarna uitvergroten. Van Luijn werkte het liefst in gips of klei omdat hij dan vormen kon uitproberen en aanpassen, iets dat bij hakken in steen veel moeilijker is. Dat schetsmatige boetseren is ook te zien in zijn beeld De Fluitspeler (1962) dat in het Julianapark staat. Het stugge werken uit de beginfase heeft hij dan achter zich gelaten, er is meer ruimte voor expressie.
In het portret van Anton Bruckner is weinig van deze werkwijze terug te zien. Het beeld is glad afgewerkt en de focus ligt op een herkenbaar, realistisch portret. Bruckner is weergegeven als een serieuze man en Van Luijn laat net genoeg van zijn kleding zien om een formeel kostuum met strik aan te duiden.
Het portret van Bruckner was de laatste opdracht die Van Luijn aannam. Hij was toen 71 jaar oud.
De bezoeker van TivoliVredenburg ziet in de gangen van het gebouw portretten van componisten en muzikanten. Al voor de opening van het voormalige Muziekcentrum Vredenburg in 1979 is dankzij een gift van Douwe Egberts B.V. het initiatief genomen tot de realisatie van een portrettengalerij. De reeks is voortgezet met opdrachten uit het Fonds Stadverfraaiing. Inmiddels omvat de collectie ruim dertig beeltenissen van componisten van klassieke muziek, jazz en moderne muziek. De portretten zijn tijdens de verbouwing van het Muziekcentrum opgeslagen in depot, en in 2014 herplaatst in het nieuwe TivoliVredenburg. Fotografie Jelmer de Haas.