Portretbuste van componist Franz Schubert (1797 - 1828).
brons, 1963
door Bertus Sondaar (1904-1984)
Bertus Sondaar groeide op in een muzikaal gezin in Amsterdam en hield enorm van de opera’s van Rossini en Verdi. Hij zong ook zelf en trad een aantal malen op met een liederenrecital. Schubert was zijn favoriete componist.
Sondaar studeerde aan Rijksakademie maar verliet de opleiding voortijdig omdat hij zich op portretten wilde toeleggen. Hij vertrok naar Parijs om les te volgen bij de Franse beeldhouwer Charles Despiau. Met zijn vrouw vestigde hij zich in 1932 in Gif sur Yvette, een dorpje vlakbij Parijs. Veel Nederlandse kunstenaars kwamen daar in die tijd samen, waaronder de schilders Otto B. de Kat en Wim Oepts en beeldhouwer Han Wezelaar. In 1937 verhuisde Sondaar terug naar Nederland, naar Loenen aan de Vecht. Het huis in Frankrijk hielden ze aan voor de zomer.
Sondaar maakte vrijwel alleen maar portretten, onder andere van Louis Couperus (in Den Haag) en Koningin Juliana. Hij maakte goed gelijkende, realistische beelden, maar concentreerde zich daarbij wel op de grote lijnen. Het liefst werkte hij met een model en bestudeerde uitvoerig de vorm en verhoudingen van de te portretteren persoon. Ook probeerde hij zich in de gemoedstoestand van het model te verdiepen. Zijn portretten hebben daardoor altijd een rustig en sober karakter. Dat is de invloed van Despiau, die na de dramatiek in de beelden van Rodin terugkeerde naar een stillere beeldhouwkunst.
Bij het portret van Schubert ligt de nadruk op de ronde vorm van het gezicht, dat glad is afgewerkt. Dit in contrast tot de ruwer vormgegeven kraag en haren, waarin de losse plukjes klei de krullen weergeven. De contour van het portret is van alle zijden heel rustig.
De bezoeker van TivoliVredenburg ziet in de gangen van het gebouw portretten van componisten en muzikanten. Al voor de opening van het voormalige Muziekcentrum Vredenburg in 1979 is dankzij een gift van Douwe Egberts B.V. het initiatief genomen tot de realisatie van een portrettengalerij. De reeks is voortgezet met opdrachten uit het Fonds Stadverfraaiing. Inmiddels omvat de collectie ruim dertig beeltenissen van componisten van klassieke muziek, jazz en moderne muziek. De portretten zijn tijdens de verbouwing van het Muziekcentrum opgeslagen in depot, en in 2014 herplaatst in het nieuwe TivoliVredenburg. Fotografie Jelmer de Haas.